NL



Lavinia Wouters (°1976, Leuven, België) is fotograaf en beeldend kunstenaar. Haar werk omvat portretten, stillevens en landschappen, doordrenkt met een sterk maatschappelijk engagement. Sociaal-artistieke projecten rond vluchtelingen en grenspolitiek — de menselijke conditie, ontheemding en perceptie — staan centraal. Er worden ook nieuwe technieken toegevoegd aan haar beelden, zoals textiel, collage en pigmenten. Op die manier krijgt het werk meerdere lagen en worden noties van sociale, economische, ecologische en culturele aspecten ontvouwen.

Haar werk gaat over thema's als migratie, identiteit, kwetsbaarheid en onderzoekt de representatie en reconstructie binnen de fotografie. Door te kiezen voor grensgebieden zijn haar beelden beladen met sociale en politieke betekenissen. Het idee van het landschap staat onder toenemende beeldende en territoriale druk. De huidige beeldcultuur bereikt een verzadiging rond belangrijke thema’s zoals klimaat en migratie. Plaatsen, geschiedenis, sporen en perceptie leiden tot het creëren van visueel werk dat vragen oproept over mentale en fysieke ruimte. Haar tentoonstelling Delocation/Fragmentation. The Map is Not the Territory in het Cultuurcentrum Mechelen onderzocht migratie en legde de Noord-Franse en Belgische smokkelroutes en ingrepen in het landschap langs de kust vast. Mare Britannicum, verlegt de grenzen van de traditionele documentaire fotografie. Door de symboliek van textiel te integreren, streeft ze naar een diepere reflectie op migratie, veiligheid en thuis.

Lavinia Wouters behaalde een Master in Fine Arts/Fotografie aan LUCA School of Arts Brussel en woont en werkt in Mechelen. Sinds 2015 doceert ze fotografie aan de LUCA School of Arts C-mine en vanaf 2023 ook aan het IKA (Instituut voor Kunst en Ambacht) in Mechelen. Ze was 20 jaar lang de fotograaf van de Belgische Federale Politie, waar ze o.a. in 2015 de smokkelroutes van mensensmokkelaars en sporen langs snelwegen en kustlijnen fotografeerde, dat maakte een diepe en blijvende indruk. Wouters' werk werd tentoongesteld in Cultuurcentrum Mechelen, LABO Leuven en Maltepe University in Istanbul. Ze nam ook deel aan Ondersporen in LUCA School of Arts, CC Hasselt, FAX Hasselt en Instroom Art in 't Gasthuis Mechelen. Ze publiceerde meermaals in architectuurtijdschriften en -boeken. Daarnaast is ze medeoprichter van Correspondentia, een samenwerkingsinitiatief dat muziek, kunst en fotografie combineert om in dialoog te gaan met vluchtelingen. Door middel van workshops worden noties van identiteit en erkenning onderzocht.


https://correspondentia.be/





ENG


Lavinia Wouters (b. 1976, Leuven, Belgium) is a photographer and visual artist. Her work includes portraits, still lifes and landscapes, and is imbued with a strong social commitment. Wouters is best known for her socio-artistic projects on refugees and border politics, focusing on the human condition, displacement and perception. Recently, new media — such as textiles and paint — have been added to her imagery. In this way the work takes on multiple layers and unfolds notions of social, economic, environmental and cultural aspects.

Her work deals with themes of migration, identity, vulnerability and explores representation and reconstruction within photography. Choosing borderlands, they are charged with social and political meanings in. The idea of landscape is under increasing visual and territorial pressure. Current visual culture is reaching saturation around key themes such as climate and migration. Places, history, traces and perception lead to the creation of visual work that raises questions about mental and physical space. Her exhibition Delocation/Fragmentation. The Map is Not the Territory (2018) at the Mechelen Cultural Centre explores migration, capturing smuggling routes and coastal landscape interventions in northern France and Belgium. Mare Britannicum, pushes the boundaries of traditional documentary photography. Incorporating the symbolism of textiles, it seeks a deeper reflection on migration, borders, security and home.

Lavinia Wouters obtained a Master in Fine Arts/Photography from LUCA School of Arts Brussels and lives and works in Mechelen. Since 2015, she teaches photography at LUCA School of Arts C-mine and since 2023 also at IKA (Institute of Arts and Crafts) in Mechelen. She was the photographer for the Belgian Federal Police for 20 years, where she photographed human smuggling routes and tracks along highways and coastlines in 2015, which made a lasting impression and became defining for her work. Wouters' work has been exhibited at Cultuurcentrum Mechelen, LABO Leuven and Maltepe University in Istanbul. She also participated in Ondersporen at LUCA School of Arts, CC Hasselt, FAX Hasselt and ‘t Gasthuis Mechelen by Instroom Art. She has published several times in architectural magazines and books. She co-founded Correspondentia, a collaborative initiative that combines music, art and photography to engage in dialogue with refugees to explore notions of identity and recognition.


Download CV PDF

https://correspondentia.be/





TEKSTEN


Vlucht-dynamica

Sporen van deterritorialisering en reterritorialisering

Vluchten. Het is waarschijnlijk zo oud als de mens of het dier zelf. Vluchten voor klimatologische ontwikkelingen, voor betere levensomstandigheden, voor haat, geweld en zoveel andere drijfveren. Vluchten, meestal voor een beter bestaan, blijkt een eeuwenoude praktijk. Soms vroegtijdig uit inzicht, maar vaak acuut uit noodzaak. Uit angst verlaat men zijn plek, zijn ruimte, zijn gewoontes. Men deterritorialiseert en raakt gradueel losgekoppeld van alles dat waarde heeft, zoals familie, vrienden, woonst, bezittingen en al het andere dat de mens heeft leren te appreciëren. In de hedendaagse tijd blijkt mobiele telefonie dat ene zijden draadje te zijn van fragile verbinding met wat abrupt werd losgekoppeld. Het mobieltje als portaal naar een voorbij bestaan en noodlijn in het mistige heden.

Vluchten verloopt grillig. Het is geen lineair proces van punt A naar punt B. Maar een complex en zoekend gegeven, net zoals een dronkemanswandeling. Men baant zijn weg tussen de objecten en subjecten op zijn pad. Zo’n vluchtlijn is kronkelig en wordt beïnvloed door een complex samenspel van (f)actoren. Ontelbare zaken kunnen vluchtlijnen faciliteren, her- en afleiden, uitbuiten, onderbreken edm. Geraken we voorbij de grens, mag het schip aanmeren, hebben we het geld voor de reis en overleven we hoegenaamd wel de tocht? Mochten we deze vluchtlijnen kunnen visualiseren dan zouden we Lichtenberg figuren zien. Zulke grillige figuren krijg je als je duizenden volt aan elektriciteit door een houten plank stuwt van de ene elektrische pool naar de andere. De elektriciteit zoekt zijn baan in de houten structuur en volgt deze wegen die gunstig zijn, zoals de eerder zachte en vochtige plekken. Daar waar het hout droog en hard is zal het afwijken op zoek naar een beter geleidende (vlucht)lijn. Het was de Duitse hoogleraar G.C. Lichtenberg die als experimenteel natuurkundige voor het eerst deze figuren (branchement électrique - paden van elektrische vlucht) beschreef. Hij visualiseerde hoe elektriciteit zijn weg zoekt, hoe de juiste omstandigheden beter tot verbinding kunnen leiden. En verbindingen gaan zelden lineair van A naar B.

Vluchten is dus rizomorf, het kent een kronkelig verloop net zoals een rizoom of wortelkluwen. Geen klassieke boom-voorstelling van een centrale wortel die via de stam in de kruin overgaat. Maar wel een complex en verweven geheel van wortels die onder de grond gedreven hun richting zoeken. Geheel gelijkaardig aan hoe schimmels of bamboe zich verspreiden. Hij die denkt een bamboestengel uit de grond te trekken, wordt al gauw geconfronteerd met de vertakte realiteit onder de grond. Het wortelkluwen, initieel onttrokken aan het oog, loopt meters verder onder de grond en blijkt een onmogelijke zaak om in te dijken. Vluchten is rizomorf en dat trachten we te controleren of op zijn minst af te bakenen. We plaatsen hekkens, installeren en militariseren grensgebieden en willen de vluchtlijnen zo goed als mogelijk in kaart brengen. Maar vluchten is rizomorf. Het baant zich een weg en overal in het landschap zien we de sporen, die initieel aan het oog waren onttrokken. Sporen van doortocht en van (tijdelijke) reterritorialisering in slaapplaatsen of kampen zoals in Calais. Maar ook sporen van geweld, van ontbering en einde. Een worteltak die afsterft en daarmee een signaal is voor het rizoom om andere paden te nemen.

Vluchten is eeuwenoud en komt in golven. Op vandaag zijn er ongeveer 25 miljoen internationaal ontheemde mensen op een weg, een kronkelige lijn. Tegen 2050 zullen dat er tien tot dertig maal zoveel zijn, hoofdzakelijk direct en indirect veroorzaakt door klimaatverandering. We staan aan de voordeur van opnieuw grootschalige processen van deterritorialisering en reterritorialisering. Miljoenen mensen zullen op pad gaan, grillig zoekend naar een beter bestaan. Op zoek naar verbinding, aanknopingspunten welke een oplossing kunnen bieden. Nog meer vluchtlijnen en (tijdelijke) plaatsen van reterritorialisering zullen zich noodzaken. De sporen zullen overvloedig zijn en vermoedelijk resulteren in een nog grotere wens om het rizoom in te dijken. De verbinding te verhinderen, om te leiden naar andere regio’s. Spreiding is natuurlijk cruciaal in een totaalaanpak, maar vluchtlijnen naar onherbergzame gebieden hebben gevolgen. Ook dat zal sporen laten. Initieel onttrokken aan het oog. Maar sporen zullen er zijn. De hedendaagse vluchtelingencrisis ervaren we dikwijls als bedreiging, maar evengoed is het een kans. Een kans om te leren omgaan met zulke patronen, om onze blik niet af te wenden van de sporen van vluchtlijnen, maar onze verantwoordelijkheid te nemen tot duurzamere verbinding. Dat is complex en vereist eerst en vooral een ‘zien’ van de sporen. Een ‘zien’ dat kan aanzetten tot actie, tot verbinding.

Heel veel en misschien wel de meeste mensen moeten, om iets te vinden, eerst weten dat het er is.’ – G.C. Lichtenberg, Sudelbücher, J668, vert. M.d.H.

Christophe Busch
(tekst bij expo Delocation // CCM 2018)





‘What is presented as evidence remains evidence, whether the observing eye qualifies itself as being subjective or objective’

Trinh T. Minh-ha

Lavinia Wouters fotografeerde de verschillende terreinen en routes van mensensmokkel tussen Brussel en de kust niet een, maar twee keer. Met twee verschillende intenties en, als gevolg daarvan, met twee verschillende camera’s. De eerste keer deed ze dat als huisfotograaf bij de federale politie, die werkte aan een handboek voor de rechercheurs in het veld. Haar foto’s, gemaakt met een snelle digitale spiegelreflexcamera, dienden niet als bewijsmateriaal, maar als visueel hulpmiddel, als illustratie.

Wouters moest zoveel mogelijk herkenningspunten fotograferen van de plaatsen waar smokkelaars werkzaam waren. Nu eens maakte ze overzichtsbeelden, dan weer focuste ze op details. Zaken die op een of andere manier inzicht konden verschaffen in hun methodes. Het zijn beelden die rechttoe rechtaan beschrijven, die heel direct verwijzen naar welbepaalde locaties: parkings en tankstations, maar ook bermen en afrasteringen. Niets binnen het kader van die eerste beelden eist de aandacht op, er is ook niets dat iets suggereert. Er is geen oog voor vorm of esthetiek, er is enkel de haast laconieke wezenlijkheid van de foto.

Voor Wouters was het ingrijpend om te beseffen wat er zich ’s nachts allemaal op die op het eerste zicht perfect inwisselbare snelwegparkings afspeelde. Wetende wat ze nu wist, kon ze die plekken niet meer met dezelfde blik bekijken. Dus ging ze een tweede keer, deze keer vanuit haar positie van artistiek fotograaf, in een poging om de anonieme fysionomie van het landschap, zoals Walter Benjamin het noemde, te capteren.

De technische camera, het standvastige instrument waarmee Wouters nu haar beelden maakte, biedt een breder perspectief. Om te beginnen laat de camera zich niet opjagen. Al tijdens het opstellen ervan, maakt het vooropgestelde beeld een zekere indruk op de fotograaf. Daarnaast neemt het grotere negatief meer informatie op dan het menselijk oog onmiddellijk kan verwerken, kleine details die hier bovendien door hun presentatie in lichtbakken versterkt worden uitgezonden. De kadrering gebeurt bijgevolg bedachtzamer; er is meer orde en evenwicht in het beeld. De technische camera heeft een groter ruimtelijk bereik, zowel visueel als mentaal.

Wat ze niet deed bij haar digitale foto’s voor de politie, doet Wouters hier wel: ze begeleidt de blik van de kijker op een manier waarop betekenis ontstaat. Zo ontstaat er spanning in het beeld. Haaks op spoorlijnen tekenen zich smalle schaduwen af; krullend prikkeldraad leidt de blik langsheen containers tot het punt waar de open zee en de kade elkaar aan de horizon ontmoeten – het zicht op de horizon wordt in haar beelden wel vaker ofwel begrensd, ofwel gedirigeerd door omheiningen; een weg stuurt het oog langs een hoog hek richting een enkele wit-oranje gevarenkegel aan de andere kant van de witte poort; een omgeduwde afrastering leidt naar een brug, die weer naar een aardeweg leidt; een platgetreden stuk grasland bij een hoek van een afrastering, vlakbij een vrachtwagenparking. Wouters fotografeert geen plaatsen meer, maar omstandigheden, condities verbonden aan die plaatsen.

Wanneer ze later het project verderzet, trekt Wouters haar subjectieve stijl helemaal door. Naast grote gaten in hekken, heeft ze ook aandacht voor achtergelaten spullen en kledij. Gaandeweg komen ze steeds rigoureuzer in beeld, zeker wanneer Wouters naast de technische camera ook opnieuw de digitale camera erbij haalt. Een kaartspel in het zand van bovenaf en dichtbij gefotografeerd; close-ups van handschoenen en mutsen, maar ook van medicijnen en identificatiearmbandjes. Stuk voor stuk zijn het tastbare tekens van levens, van identiteiten, van mensen met veel hoop en overlevingsdrang. Wouters fotografeert ze hard en intiem tegelijk.

De sporen liggen er. Ze zijn effectief wat ze zijn. Zolang niemand ze beroert of verwijdert, blijven ze onveranderlijk in hun feitelijkheid. Het werk van Wouters, alsook de bijzondere manier waarop het tot stand kwam, laat echter zien dat fotografie nog altijd tot meer in staat is dan het louter registreren ervan. Wanneer de fotograaf zijn persoonlijke gevoelens aan het document weet toe te voegen, reikt de draagwijdte van zijn foto’s verder dan de objectieve feiten. Daarin zit niet alleen de betekenis, maar ook de kunst.

Stefan Vanthuyne 
(tekst bij expo Delocation // CCM 2018)





Wij kunnen de werkelijkheid en de werkelijkheid van anderen niet kennen. Ook al denken we dat soms, ook al doen we nog zo ons best. De werkelijkheid komt in fragmentarische schilfers tot bij ons. Meer dan die schilfers hebben we niet om zelf een verhaal te maken.

Elke foto die je hier ziet is een schilfer werkelijkheid.

De beelden die Lavinia Wouters ons toont, lijken op het eerste gezicht leeg en betekenisloos. Een omheining, een klein huisje in een veld, een vergeten pad, een achtergelaten jas. Schijnbaar alledaagse dingen en plekken waarop nauwelijks iets bijzonders te zien is… Geen poging om te esthetiseren of kunstzinnig te maken. Even onbewerkt, ruw, betekenisloos  als zinloos blijven ze, hoe lang je ook kijkt.

Als een ontkenning in hoofdletters. Geen mensen, geen schoonheid, geen betekenis. Niets.

De beelden tonen niet de mensen waar het over gaat. Ze zijn spoken geworden. Je zou hopen dat je, als je met de foto schudt, of als je hem tegen het licht zou houden, je de mensen weer tevoorschijn zou zien komen… Maar niets gebeurt. De klik van de fotograaf komt altijd weer, minstens een zucht te laat.

Maar achter al die schilfers bij elkaar, schuilt zoveel meer. Want wie goéd kijkt, ziet wat hij niet ziet. Zoals je bij de restanten van een Griekse tempel, meer ziet dan je ziet. Zoals je het verleden inleest in het nu. Zo moet je ook hier de leegte zich laten opvullen. ‘Littekens in het landschap’, noemt Wouters het ergens. De huid van het landschap die het geheugen in zich draagt

Het besef dat in die alledaagse context, de publieke ruimte waarin wij dagelijks rondlopen, mensen hun leven op het spel zetten is verbluffend. Precies daarom lieten ze de fotograaf niet los. De routes die we zo goed kennen, de parkings, en wegrestaurants, ze hebben ook een ander leven en dienen een ander doel. Vluchtende mensen zijn hier langsgelopen, wanhopig of angstig, soms opgelucht dat Engeland in zicht was. Een hele duistere economie die geen daglicht verdraagt heeft zich hier voltrokken.

Ik ken de plekken die Lavinia gefotografeerd heeft. Ik kwam er net als zij. Ik volgde jaren terug, voor een reportage een nachtelijke patrouille met hond op zoek naar migranten in een vrachtwagen. Ik bezocht het botenkerkhof op Malta, waarin iemand een bijbel in lederen omslag had achtergelaten, en een notaboekje waarin dagen of uren geturfd stonden.  Hoe lang nog? Ik maakte, vanuit talloze interviews, personages opgetrokken uit ontelbare woorden. Lavinia Wouters doet de tegengestelde oefening.

Zij verzamelt schilfers van leegte en afwezigheid.

Ga voor haar foto’s staan. Loop nu langs het pad naast de draad. Een zeurend  kind aan je hand. Een vrouw met kinderen achter je aan. Een man die onderweg zijn taal verloor. Je voeten doen pijn. Je rugzak weegt door. Je verantwoordelijkheid is ondraaglijk. Denk niet aan het verleden. Daar moet je nooit meer aan denken. Het verleden is ballast. Denk aan de toekomst. Welke toekomst? Denk niet. Denk vooral niet.

Loop dan, door de verlaten beelden van Lavinia wouters. En zeg mij: hoe zouden ze niet ontroeren?

Michael De Cock
(tekst bij expo Delocation // CCM 2018)





Politiefotografe zoomt in op mensensmokkel

Huisfotografe van de federale politie Lavinia Wouters geeft voor het eerst een inkijk in haar artistieke wereld. Haar expo ‘Fragmentation/Delocation. The map is not the territory’ staat vanaf vandaag tentoon bij cc Mechelen. Voor Delocation richtte ze haar lens specifiek op smokkelroutes waarmee ze tijdens haar werk in aanraking kwam.

Fotografe Lavinia Wouters studeerde aan de Sint-Lukas Hogeschool in Brussel en woont in Mechelen. Sinds 2003 werkt ze bij de federale politie. Haar beelden dienen er zowel voor de interne als de externe communicatie. Ze doceert ook fotografie aan Luca School of Arts in Genk en freelance werkt ze af en toe nog als landschaps- en architectuurfotografe.

Tijdens haar allereerste tentoonstelling toont Wouters twee aspecten die haar boeien als artistiek en zelfstandig fotografe. Het gedeelte van de expo dat Fragmentation heet, is een soort experimenteel onderzoek naar analoge fotografie en de weergave van de ruimte in fotografie. “Met een technische camera uit de jaren 50 fotografeerde ik landschappen en architectuur”, legt ze uit. “Daarna ging ik de negatieven en dia’s verder kadreren, of fragmenteren. Zo ontstonden een soort wazige beelden die op hun manier verwijzen naar de schilderkunst. Voor sommige beelden paste ik ook de camera obscura-techniek, of gaatjescamera, toe.”

Mensensmokkel

Voor het tweede luik van de expo, Delocation, putte Wouters inspiratie uit haar job. “De federale politie werkte aan een handboek rond mensensmokkel om de recherche op het terrein te helpen”, legt ze uit. “Ik ging mee op pad om allerlei smokkelroutes tussen Brussel en de kust te fotograferen. De plaatsen grepen mij aan en ik vond meteen een raakpunt tussen mijn persoonlijke interesses als fotografe en mijn job.”

Na haar werkgerelateerde opdracht trok Wouters terug naar de plaatsen waar ze eerder zo van onder de indruk was. Het eindresultaat werd een installatie die een realistisch beeld van de smokkelroutes schetst, zichtbare sporen toont en ingrepen in het landschap om smokkelroutes tegen te gaan. Bezoekers worden meegenomen in een container om het beklemmend gevoel te simuleren dat vluchtelingen onderweg ervaren. Er worden beelden getoond van achterkanten, tussenruimtes en prikkeldraden: overdag vaak doodnormale plekken.

In de container worden ook telefoontaps afgespeeld. “Het gaat over gesprekken tussen mensen die vastzitten in containers en mensensmokkelaars. Ze voelen zich in gevaar, klagen over de temperatuur, of zeggen zelfs dat er kinderen aan het stikken zijn”, legt Wouters uit. “De opnames werden met goedkeuring van het parket vrijgegeven door de federale gerechtelijke politie van Oost-Vlaanderen. Er is een krantje gemaakt waarin de vertalingen van de transcripties gepubliceerd worden met daarnaast ook teksten van enkele auteurs rond het thema, maar zelfs al versta je de taal niet, je hoort wel de angst, de ruzie en het kloppen op de deur. Met de verschillende facetten van de installatie wil ik de gelaagdheid van de problematiek trachten weer te geven, zonder daarin zelf een standpunt in te nemen. Bezoekers moeten aan het denken gaan.”

De fotografe werkte ruim een jaar aan de tweeledige expo. Voor Delocation trok ze in 2014 al voor het eerst op pad. Soms neemt ze ook nog andere opdrachten aan. Zo werkte ze recent nog mee aan een boek over Kortrijk. Of ze met Fragmentation/Delocation nog verdere plannen heeft na Mechelen? “Momenteel is er nog niets concreet, maar het zou natuurlijk fijn zijn als dit geen eindpunt, maar net een startpunt kan zijn”, zegt Wouters. De expo loopt nog tot en met zondag 4 november in Cultuurcentrum Mechelen en is gratis toegankelijk tijdens de openingstijden.

Kristof Van Rompaey
7 september 2018